Dier van week 36 Botvink | iSense It

De Botvink

Het vogeltje in ons vogelhuisje is een botvink. Dit kleine vrolijke zangvogeltje zie je overal, zolang er maar bomen in de buurt zijn. Ze eten vooral insecten, zaden en bladknoppen. Als je gaat wandelen in het bos in de herfst, kan je ze soms zien op de grond, daar zoeken ze naar beukennootjes omdat ze die heel graag eten. En als je heel stil bent kan je ze in de winter ook in de tuin ontdekken als ze door de koude niet genoeg voedsel vinden. Mensen leggen eten op een voertafel voor alle soorten vogels, en dan komen ze graag mee-eten. 

Het mannetje, de papavink bouwt een nest hoog in de bomen met takjes en bladeren. Het vrouwtje of de mamavink legt 4 of 5 eitjes in het gebouwd nestje. De kleine vinkjes worden door mamavink en papavink gevoed in het nest met insecten en rupsen. Als ze groot genoeg zijn vliegen ze uit.

Behalve zien, kan je het mannetje vooral herkennen aan zijn gefluit "tsitsitsitsitsitsitsi-tjoe-ie-ò". De mannetjes zingen steeds ditzelfde liedje dat ze hebben geleerd van de oudere vogels. En dat liedje eindigt vaak op suskewiet, daarom wordt dit vrolijke vogeltje ook wel suskewiet genoemd!

 

De Botvink

Het vogeltje in ons klas-vogelhuis is een botvink. Het mannetje is makkelijk te herkennen door zijn blauwgrijze kop, roodbruine wangen, wijnrode onderzijde en witte vleugelbanden. Het bruine vrouwtje is minder opvallend gekleurd. Deze kleine zangvogel zie je overal, zolang er maar bomen in de buurt zijn, en voedt zich vooral met insecten, zaden en bladknoppen. Tijdens een koude winter is het moeilijker voedsel zoeken, en dan kan je ze ontdekken in de tuin bij de voedertafel, of tijdens een boswandeling in de herfst op de grond, scharrelend op zoek naar beukennootjes, een lekkernij. 

Het mannetje bouwt een nest hoog in de bomen, gecamoufleerd met een buitenbekleding van mos en spinrag. Het vrouwtje legt 4 of 5 eitjes. De kleine vinkjes worden gevoed met insecten en rupsen tot ze groot genoeg zijn om uit te vliegen.

Behalve zien, kan je het mannetje vooral herkennen aan zijn gefluit "tsitsitsitsitsitsitsi-tjoe-ie-ò". De mannetjes zingen steeds ditzelfde liedje dat ze hebben geleerd van de oudere vogels. En dat liedje eindigt vaak op suskewiet, daarom wordt dit vrolijke vogeltje ook wel suskewiet genoemd!